Hoe het zit

Wmo, Wlz of zorgverzekering: welke wet betaalt welke zorg

De eerste vraag die mantelzorgers stellen is bijna nooit de goede: niet 'hoe vraag ik hulp aan', maar 'bij wie'. Drie wetten betalen zorg in Nederland en ze hebben elk een eigen loket, eigen voorwaarden en een eigen eigen bijdrage. Hier staat welke wanneer geldt.

Een keukentafel met papieren over zorg regelen
Fotobriefing: keukentafel met een kop koffie en papieren, van bovenaf, geen leesbare gegevens.
3wetten, drie loketten
€21,80eigen bijdrage Wmo per maand in 2026
€0kosten van onafhankelijke cliëntondersteuning

In het kort

  • Wijkverpleging loopt via de zorgverzekering en kent geen eigen risico.
  • Huishoudelijke hulp, begeleiding en hulpmiddelen lopen via de gemeente (Wmo).
  • Voor 24-uurszorg met permanent toezicht is een CIZ-indicatie nodig (Wlz).
  • Onafhankelijke cliëntondersteuning is gratis en wordt zelden aangeboden.

De drie wetten in één overzicht

Welke wet betaalt welke zorg
WetWaarvoorLoketWat je zelf betaalt
ZorgverzekeringswetHuisarts, ziekenhuis, medicijnen, wijkverpleging, persoonlijke verzorging thuisZorgverzekeraarEigen risico, maar niet voor huisarts en wijkverpleging
Wmo 2015Huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, vervoer, woningaanpassing, hulpmiddelenGemeenteAbonnementstarief van €21,80 per maand in 2026
Wet langdurige zorgIntensieve zorg met permanent toezicht, verpleeghuis, ook thuis met een indicatieCIZ voor de indicatie, daarna het zorgkantoorInkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage via het CAK

Begin bij de wijkverpleging

Dit is de route die het vaakst wordt overgeslagen. Persoonlijke verzorging en verpleging thuis — hulp bij opstaan, wassen, aankleden, steunkousen, medicatie — vallen onder de basisverzekering. Een wijkverpleegkundige stelt zelf de indicatie: daar is geen verwijzing en geen gemeentelijk besluit voor nodig.

Twee dingen maken dit de logische eerste stap. Er geldt geen eigen risico voor wijkverpleging, dus het kost de zorgvrager niets. En de wijkverpleegkundige ziet de situatie thuis en kan meedenken over wat er verder nodig is.

De gemeente: ondersteuning in het dagelijks leven

Alles wat gaat over zelfstandig kunnen blijven wonen en meedoen valt onder de Wmo: huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, vervoer, een traplift of douchestoel, en ondersteuning voor de mantelzorger zelf.

Je meldt je bij het Wmo-loket of sociaal wijkteam van de gemeente. Daarna volgt een gesprek bij de zorgvrager thuis — het keukentafelgesprek. De gemeente onderzoekt wat iemand nog zelf kan, wat het netwerk kan opvangen en wat er aan ondersteuning nodig is, en neemt daarna een besluit.

Voor de meeste Wmo-hulp betaal je in 2026 een vast abonnementstarief van €21,80 per maand, ongeacht inkomen, vermogen of hoeveel hulp je krijgt. Het geldt per huishouden, niet per persoon. Gemeenten mogen een lager bedrag vragen, bijvoorbeeld voor huishoudens met een minimuminkomen.

De Wlz: als toezicht permanent nodig is

De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig hebben. Het gaat om de aard van de zorgbehoefte, niet om de woonplek: een Wlz-indicatie kan ook thuis worden gebruikt, via zorg in natura of een persoonsgebonden budget.

De toegang loopt via een indicatie van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Die aanvraag doe je zelf of samen met de zorgvrager; de huisarts kan onderbouwen maar beslist niet. Na een positief besluit neemt het zorgkantoor het over.

De eigen bijdrage werkt hier anders dan bij de Wmo: die is inkomens- en vermogensafhankelijk en wordt door het CAK berekend, op basis van het inkomen van twee jaar eerder. Voor 2026 is dat dus het inkomen over 2024. Er bestaat een lage en een hoge bijdrage, afhankelijk van de woonsituatie, en het verschil is groot. Reken het door met de rekenhulp van het CAK voordat een verhuizing naar een instelling definitief wordt.

Waar mensen vastlopen

De situatie verandert meestal geleidelijk, terwijl de wetten harde grenzen kennen. Iemand begint met wat huishoudelijke hulp via de gemeente, krijgt er wijkverpleging bij via de verzekering, en komt op enig moment in aanmerking voor de Wlz — waarna de Wmo-voorzieningen deels vervallen omdat de Wlz ze overneemt. Die overgang verloopt zelden vanzelf.

Let op. Bij elk van deze drie loketten heb je recht op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning: iemand die naast je staat, de weg kent en niet voor de gemeente of het zorgkantoor werkt. Gemeenten zijn verplicht dit aan te bieden, maar doen dat in de praktijk lang niet altijd uit zichzelf. Vraag er expliciet naar bij de melding.

Wat je nu kunt doen

  1. Bel de huisarts of een wijkverpleegkundige voor een beoordeling van de zorg thuis.
  2. Meld je bij het Wmo-loket van de gemeente als het gaat om huishouden, vervoer, begeleiding of aanpassingen in huis.
  3. Vraag bij die melding meteen om een onafhankelijke cliëntondersteuner.
  4. Denk pas aan het CIZ als er sprake is van permanent toezicht of 24-uurszorg.
Let op. Dit artikel gaat over regelingen, procedures en kosten, niet over ziektebeelden of behandeling. Bedragen en termijnen zijn de landelijke cijfers voor 2026; gemeenten mogen hiervan naar beneden afwijken. Controleer altijd wat er in jouw gemeente geldt.

Veelgestelde vragen

Kan iemand zowel Wmo als Wlz hebben?

Meestal niet tegelijk voor dezelfde zorg. Zodra er een Wlz-indicatie is, neemt de Wlz veel Wmo-voorzieningen over. Sommige gemeentelijke voorzieningen, zoals vervoer, kunnen blijven bestaan.

Kost wijkverpleging eigen risico?

Nee. Wijkverpleging valt onder de basisverzekering maar buiten het eigen risico.

Wie vraagt de CIZ-indicatie aan?

De zorgvrager zelf of iemand namens hem, bijvoorbeeld een mantelzorger met machtiging. Een verwijzing van de huisarts is niet nodig, wel nuttig als onderbouwing.

Wat als de gemeente en het zorgkantoor naar elkaar wijzen?

Vraag beide om hun standpunt schriftelijk en schakel een onafhankelijke cliëntondersteuner in. Die kennen deze patstelling en weten wie aan zet is.

Bronnen